ANIP: gids voor het algemeen nood- en interventieplan

Het ANIP uitgelegd: KB van 22 mei 2019, rol van de burgemeester, veiligheidscel, disciplines D1 tot D5, fases, oefeningen, BE-Alert en een checklist.

Het algemeen nood- en interventieplan (ANIP) regelt hoe een gemeente of provincie reageert op een noodsituatie: wie beslist, wie gealarmeerd wordt, hoe de diensten samenwerken en hoe de bevolking geïnformeerd wordt. Elke Belgische gemeente en provincie moet er een opstellen. Deze gids vat het wettelijk kader, de actoren en de verwachte inhoud samen en sluit af met een checklist.

Het wettelijk kader

Het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau verscheen op 27 juni 2019 in het Belgisch Staatsblad. Het vervangt het KB van 16 februari 2006 en steunt op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid.

Noodplanning omvat volgens het KB alles wat vooraf wordt voorbereid (organisatie, procedures, materiaal, instrumenten) om bij een zware gebeurtenis snel de juiste mensen en middelen in te zetten voor de bescherming van de bevolking en de goederen.

Wordt een crisis op nationaal niveau beheerd, dan geldt het koninklijk besluit van 26 april 2024 tot vaststelling van het nationaal noodplan. Het KB van 2019 regelt dan de ondersteunende rol van burgemeesters en gouverneurs.

ANIP, BNIP en andere plannen

  • Het ANIP bevat de algemene richtlijnen en de informatie die nodig zijn om eender welke noodsituatie op het grondgebied te beheren.
  • Het BNIP (bijzonder nood- en interventieplan) vult het ANIP aan voor een specifiek risico. Het is verplicht als een specifieke regelgeving het oplegt; de overheid kan er ook een opstellen wanneer zij dat nodig acht (industriële site, groot evenement, overstroming). Het beschrijft het risico, de noodplanningszones, de betrokken actoren, scenario's en de maatregelen die bij dat risico horen.
  • Monodisciplinaire interventieplannen leggen vast hoe elke discipline optreedt, in lijn met het ANIP en de BNIP's.
  • Interne noodplannen worden opgesteld door een site (bedrijf, instelling). Voor risico's met een BNIP ziet de overheid toe op hun samenhang.

Wie doet wat

De burgemeester is de bevoegde overheid op gemeentelijk niveau, de gouverneur op provinciaal niveau (voor de Brusselse agglomeratie verwijst het KB naar de overheid die de bijzondere wet van 12 januari 1989 aanwijst). Hun opdrachten zijn dezelfde: de risico's analyseren, het ANIP en de BNIP's opstellen, de plannen van de disciplines nagaan, middelen voorzien, de bevolking vooraf informeren, oefeningen organiseren en er lessen uit trekken.

De veiligheidscel is het multidisciplinaire overlegorgaan dat de overheid bijstaat. Ze wordt voorgezeten door de burgemeester of de gouverneur en vergadert minstens één keer per jaar. Ze bestaat minimaal uit de voorzitter, een vertegenwoordiger van elke discipline en de noodplanningscoördinator; op provinciaal niveau komt er een vertegenwoordiger van de noodcentrale 112 bij. Andere diensten of deskundigen kunnen worden uitgenodigd.

De noodplanningscoördinator (vroeger: noodplanningsambtenaar) is het aanspreekpunt van de overheid voor noodplanning en beleidscoördinatie. Elke gemeente en elke provincie moet over die functie beschikken. De coördinator coördineert de werkzaamheden, stuurt de veiligheidscel aan, adviseert de overheid en bouwt samenwerkingen uit met de partners. De overheid legt de arbeidstijd vast op basis van de risico's op haar grondgebied. Meerdere gemeenten kunnen een coördinator delen, als ze vooraf afspreken hoe ze een crisis aanpakken die hen tegelijk treft. Het Nationaal Crisiscentrum vraagt sinds 2019 uitdrukkelijk om de nieuwe titel te gebruiken.

De vijf disciplines

DisciplineOpdrachtBelangrijkste actoren
D1HulpverleningsoperatiesHulpverleningszones, Civiele Bescherming
D2Medische, sanitaire en psychosociale hulpverleningDringende geneeskundige hulpverlening, medisch en psychosociaal interventieplan
D3Politie van de plaats van de noodsituatieLokale en federale politie
D4Logistieke steunVooral Civiele Bescherming, hulpverleningszones, Defensie, andere openbare of private diensten
D5Alarmering van en informatie aan de bevolkingAangeduid en gecoördineerd door de bevoegde overheid

D5 werkt onder coördinatie van de overheid, die de directeur informatie (Dir-Info) aanduidt. Ze alarmeert, informeert de bevolking en staat de pers te woord, tijdens en na de crisis.

Coördinatie en fases

Op het terrein ligt de operationele coördinatie bij de directeur van de commandopost operaties (Dir-CP-Ops), samen met de directeurs van elke discipline. Sinds 1 januari 2020 is daarvoor een specifiek bekwaamheidsattest nodig.

De beleidscoördinatie ligt bij de overheid, bijgestaan door een coördinatiecomité in haar crisiscentrum. Ze zorgt voor een gemeenschappelijk beeld van de feiten, schat de sociaal-economische gevolgen van haar beslissingen in, vraagt versterking, bereidt het herstel voor en houdt een logboek bij. Ze verloopt op drie niveaus, de fases:

  1. Gemeentelijke fase, afgekondigd door de burgemeester.
  2. Provinciale fase, afgekondigd door de gouverneur.
  3. Federale fase, afgekondigd door de minister van Binnenlandse Zaken.

De keuze hangt onder meer af van de geografische omvang, de in te zetten middelen, het aantal betrokkenen en de informatiebehoefte van de bevolking. Een hogere fase heft de lagere op: de burgemeesters voeren dan op hun grondgebied de beslissingen van de gouverneur of de minister uit. Het bestaan van een BNIP bepaalt op zich niet welke fase geldt.

Elke noodsituatie wordt achteraf geëvalueerd. Zo nodig volgt een herstelperiode: bescherming tegen resterende gevaren, steun aan de betrokkenen, heropstart van het economische en sociale leven.

Wat staat er in een ANIP?

Het KB legt een minimale inhoud vast. Samengevat:

  • Algemene inlichtingen: contactgegevens van de operationele en beleidsdiensten, de overheden, gespecialiseerde diensten en deskundigen; identificatie van de risico's op het grondgebied.
  • Actualisering: methode en frequentie van de herziening van de plannen.
  • Organisatie van de coördinatie: afkondiging en opheffing van de fases, alarmeringsprocedures, communicatiemiddelen en informatiestromen, continuïteit van de telecommunicatie.
  • Bevolking: organisatie van de informatie aan de bevolking en de betrokkenen, beschermingsmaatregelen, vervoer, onthaal- en huisvestingscentra.
  • Hulpmiddelen: nuttige documenten voor het crisisbeheer, procedures voor de terugkeer naar de normale toestand en het herstel.

De plannen gaan naar de betrokken bestemmelingen, onder meer via het nationaal veiligheidsportaal van het Crisiscentrum. Elke bestemmeling meldt de wijzigingen die hem aanbelangen.

Een ANIP bevat namen en telefoonnummers en is dus niet bedoeld om integraal te publiceren. Een informatiepagina, een samenvatting of een openbare beslissing volstaat om de aanpak zichtbaar te maken. Precies die zichtbaarheid meet het observatorium, volgens zijn methodologie.

Actualisering en oefeningen

Het KB legt geen vaste actualiseringsfrequentie op: elk ANIP bepaalt zijn eigen ritme. Een personeelswissel, een nieuw risico of de lessen uit een oefening zijn goede redenen voor een herziening.

Multidisciplinaire oefeningen zijn verplicht, regelmatig en minstens jaarlijks. De overheid bepaalt de modaliteiten en neemt de oefenkalender op in het nationaal veiligheidsplatform. Tafeloefening, test van de alarmeringsketen of terreinoefening: de evaluatie is even belangrijk als de oefening zelf en moet tot aanpassingen van het plan leiden.

De bevolking informeren en alarmeren

De overheid zorgt voor regelmatige voorafgaande informatie: over de risico's op het grondgebied, de bestaande noodplanning en het gedrag dat de bevolking kan aannemen vóór, tijdens en na een noodsituatie.

Voor de alarmering stelt het Nationaal Crisiscentrum BE-Alert ter beschikking. Een gemeente sluit zich aan via een overeenkomst met het Crisiscentrum. Daarna kan ze een bericht sturen naar inwoners die zich op be-alert.be hebben ingeschreven, of op basis van locatie iedereen alarmeren die zich met een gsm in een zone bevindt, ook zonder inschrijving. Het Crisiscentrum levert materiaal om inschrijvingen aan te moedigen en biedt opleidingen en oefeningen aan.

Checklist voor een gemeente

  1. Er is een noodplanningscoördinator aangeduid, met vastgelegde arbeidstijd en een vervanger.
  2. De veiligheidscel vergadert minstens één keer per jaar en elke vergadering krijgt een verslag.
  3. De risicoanalyse van het grondgebied is actueel.
  4. Het ANIP is actueel: contacten, alarmeringsprocedures, crisiscentrum, onthaalcentra.
  5. Er zijn BNIP's voor de risico's die dat vereisen of rechtvaardigen.
  6. De monodisciplinaire plannen en de betrokken interne noodplannen zijn nagekeken.
  7. Een multidisciplinaire oefening staat op de kalender, wordt geëvalueerd en krijgt opvolging.
  8. De gemeente is aangesloten bij BE-Alert, standaardberichten liggen klaar en inschrijvingen worden aangemoedigd.
  9. Een publieke pagina legt de risico's en de juiste reflexen uit.
  10. Het gemeentelijk crisiscentrum heeft reservecommunicatiemiddelen en een logboek klaarliggen.
  11. De gemeentelijke diensten weten hoe ze tijdens de crisis blijven werken (bedrijfscontinuïteitsplan).

Meer lezen

ResiPlan helpt gemeenten, en de consultants die hen begeleiden, bij hun bedrijfsimpactanalyse, hun bedrijfscontinuïteits- en IT-herstelplannen, crisisbeheer en oefeningen, een incidentenregister en de CyFun-zelfevaluatie. Bekijk het aanbod voor gemeenten.

Bronnen